De breedbandgroefbij is een relatief grote bij. De vrouwtjes worden bevrucht en gaan dan in winterslaap. Ze zullen met meerdere vrouwtjes in een nest overwinteren.
In het voorjaar zal 1 vrouwtje de eitjes leggen terwijl de andere zullen optreden als “werksters”. Deze werksters zullen zich dan ook bezig houden met het verzamelen van nectar en stuifmeel.
Deze soort is goed te herkennen aan de de relatief brede lijnen op het achterlijf. De vrouwtjes kan je herkennen aan de keine dwarse groef achter aan het achterlijf. De vrouwtjes zullen ook iets dikker zijn dan de mannetjes en hebben geen kromming aan het uiteinde van de antennes. De mannetjes hun vliegperiode beperkt zich tot augustus, terwijl de vrouwtjes een vliegperiode hebben van eind mei tot half september.
Hun voorkeur gaat uit naar zanderige of leemgrond, waar ze hun nesten maken in steile wanden. De vrouwtjes zijn makkelijker te vinden op gele composiet of distels. Maar op zich hebben ze geen echte bloemvoorkeur.