Wat moet je dan wel doen? Een werkwijze die de vrijwilligers toepassen, is het bepalen van de vliegrichting (zie verder : nieuwe opsporingstechnieken).
Uit ervaring is gebleken dat een Aziatische hoornaar die een bij heeft gevangen en ontleedt, bijna altijd rechtstreeks terugvliegt naar hun nest. Met die info kan je het zoekgebied al heel wat kleiner maken. Een hoornaar vliegt tot 2 km ver van zijn nest. Maar in de meeste gevallen is de afstand tussen het nest en de bijenstand slechts enkele honderden meters. Een vliegrichting helpt iedereen dus goed vooruit.
Belangrijk is om de hoornaar niet te storen op het moment dat ze een bij ontleedt, want dan laat ze die gewoon vallen en komt enkele minuten later op een andere bij jagen.
Probeer dus goed de hoornaar in het oog te houden op het moment dat ze vertrekt. Die vliegrichting(en) worden dan op een kaart uitgetekend en zo worden de zoekgebieden bepaald.
Nevenstaand voorbeeld is van Oudenaarde in 2019 waarbij de rode en gele lijnen de vliegrichtingen zijn, vertrekkend bij een bijenstand. De kortere gekleurde lijnen symboliseren een plaats waar er hoornaars zijn waargenomen met de richting waarin ze vliegen.
September? Klimop !
Naast het bezoeken van een bijenstand, gaan de vrijwilligers vanaf september op zoek naar klimop. Deze najaarsbloeier trekt ook Aziatische hoornaars aan omdat ze daar nectar komen drinken.
De roze lijn met pijl is een plaats waar er veel klimop staat en waar de hoornaars energie komen opdoen. Na enkele dagen zoeken, werden verschillende zoekgebieden volledig afgelopen. Helaas werd het nest nog altijd niet gevonden.
Na 3 weken van intens, bijna dagelijks op zoek gaan, zag men op een winderige dag vanop de klimop enkele hoornaars een totaal andere richting uitvliegen. Ze volgden het water zoals aangegeven met de groene pijl. Het nest werd op die dag dan ook aangetroffen (gele cirkeltje). Dit nest bevond zich in een boomtop op 21m hoogte. De boom stond in een binnentuin van een beschermd gebouw en kon maar vanuit 1 bepaald punt op straat gezien worden.
Jullie snappen dus wel dat het een hele moeilijke taak is om een nest op te sporen. Vooral in de zomer wanneer de bomen nog volop bladeren dragen, is goed speurwerk nodig.
Vanaf 2020 wordt er ook in het voorjaar geprobeerd om koninginnen die net uit hun winterslaap gekomen zijn op te sporen.
Uit ervaring is gebleken dat de primaire nesten of embryonesten in 70% van de gevallen gemaakt worden op menselijke constructies, vb. carports, luifels, tuinhuizen, veranda’s … en slechts in 30% van de gevallen in struiken. Deze primaire nesten bevinden zich altijd onder de 10m hoogte, meestal zelfs onder de 3m.