Aan de kant van de imkers waren er 30 vrijwilligers met minstens 10 kolonies actief.
In totaal werden dus meer dan 300 honingbijenkolonies in Frankrijk en Zwitserland gedurende een periode van drie jaar gevolgd. Het agrarische landschap bij de test werd gekenmerkt door weilanden, akkers en bossen. De boeren binnen het studiegebied kregen subsidie als ze agro-ecologische maatregelen uitvoerden die honingbijen in staat moesten stellen de voedselbronnen beter te benutten.
De koloniegrootte van de bijenvolken werd bepaald door het aantal broedcellen en volwassen werkbijen. Ook werd het besmettingspercentage met Varroa destructor in oktober beoordeeld.
Koloniesterfte werd geregistreerd na overwintering.
Conclusie: als gevolg van de acties naar meer bloemen werd de koloniegrootte van honingbijen in de zomer en herfst verbeterd en droeg zo waarschijnlijk bij aan het toegenomen overwinteringssucces van de kolonies.
Studie Universiteit Neuchatel e.a.