De klimopbij is makkelijk aan te treffen op klimop struiken. Het borststuk is bruin behaard met lichtere zijkanten. Ze zijn makkelijk te verwarren met de Schorzijdebij en Heizijdebij.
De eerste waarnemingen van de soort in onze regio situeren zich midden jaren 90. De vrouwtjes onderscheiden zich met zwartglazende tergieten met gele eindbandjes; op het eerste segment is dit meestal onderbroken. Het achterlijf van de mannetjes is doffer van kleur.
Deze bijen hebben geen echte bloemvoorkeur maar hun favoriet is, zoals de naam het zegt, toch klimop.
De nestvoorkeur gaat uit naar stijlwanden en grond. Ze verkiezen een nestplaats kort bij klimop. Daarbij kunnen ze sociaal gedrag vertonen bij het vinden en delen van nest plaatsen.
Om een broedcel te voorzien van het nodige stuifmeel, heeft ze ongeveer 300 bloembezoeken nodig.