Georganiseerd selectiewerk in de bijenteelt
Honeybee Valley
Binnen de nieuwe campagne van het Vlaams Bijenteeltprogramma is de ondersteuning van het selectiewerk binnen de imkerij nog steeds voorzien. Sinds 2017 ligt de nadruk vooral op het testen van koninginnen, welke bij een positief resultaat via een gerichte aanparing verder worden ingezet om kwalitatieve koninginnen te kunnen produceren. Zo werden in 2019 in totaal 218 koninginnen getest. De algemene resultaten hiervan kan je terugvinden op de website van Honeybee Valley, onder de tap “Breed It”. In 2019 gingen we met de selectiewerkers verder op hetzelfde elan van de voorgaande jaren.
Dankzij de testen die vorig jaar werden uitgevoerd is het in 2020 mogelijk om verder te telen van koninginnen met een gekende “Globale teeltwaarde” en virusstatus. Elke imker die geïnteresseerd is in larfjes of koninginnen van deze topmoeren, kan een naburige teler contacteren. De tabel hieronder wijst jou de weg naar alle meewerkende imkers. Het zijn de telers die teeltmateriaal ter beschikking stellen.
Voor elke moer die tot de 50% beste moeren behoort en ook virusvrij bevonden werd, ontving de imker een certificaat van Honeybee Valley. Hierop staan teler en teeltboeknummer van de moer vermeld.
3 werkgroepen
Binnen het selectiewerk onderscheiden we volgende functies:
De Veredelaars telen van de beste moeren verder en staan in voor de gemotiveerde aanparing van reeds geteste en geselecteerde koninginnen. Dankzij deze gecontroleerde aanparing worden koninginnen verder veredeld.
De Testers zullen deze F1 generatie op verschillende eigenschappen testen op hun bijenstand. Het zwaartepunt van deze testen ligt hierbij op de veerkracht van een koningin. Dit omvat testen op de virusstatus, de overleving na de winter, de varroa-begin- en eindinfectie, het hygiënisch gedrag en de varroa-reproductie. Daarnaast kunnen ook zachtaardigheid, raamvastheid, zwermtraagheid, honingopbrengst en vroege ontwikkeling worden getest. Alle resultaten samen geven per koningin een globale teeltrang.
De Telers ontvangen vervolgens een geteste moer die tot de beste 50% behoort. Met deze koninginnen wordt dan verder geteeld, waarna ze deze hoogwaardige moeren verder verspreiden over Vlaanderen.
3 doelstellingen
Met het veredelingsprogramma willen we volgende eigenschappen bekomen:
Gezonde resistente bijen
Bijenvolken die van nature resistentie vertonen tegen virussen en de varroamijt zorgen voor vitale volken die weerbaarder zijn tegen andere stressfactoren waaraan de bijen worden blootgesteld.
Lokaal aangepaste bijen
Bijen die optimaal aangepast zijn aan het Belgisch klimaat, het lokale voedselaanbod en de seizoenen. Hierdoor worden bijen beter in staat gesteld omgevingsfactoren optimaal te benutten. Wat tot gezondere populaties zal leiden.
Bijen met optimale prestaties
Door verschillende testen uit te voeren wordt het mogelijk om koninginnen een teeltwaarde toe te kennen en zo verder te telen met de beste moeren. Door deze vervolgens aan te paren met darren die complementaire, positieve kenmerken bezitten, wordt telkens een generatie van betere bijen geteeld.
De tabel hieronder geeft een overzicht van de personen die meewerken aan het georganiseerd selectiewerk. De functies die zij opnemen, staan per imker vermeld.