Hoewel de honingindustrie wereldwijd groeit en imkers hun kolonies zorgvuldig beheren, geldt dit succes niet voor alle honingbijen.
In Europa bestaan nog steeds wilde populaties van de westerse honingbij (Apis mellifera), die nestelen in natuurlijke holtes, zoals boomstammen, en onafhankelijk van de mens leven.
Recent zijn deze vrijlevende populaties voor het eerst door de International Union for Conservation of Nature (IUCN) als bedreigd binnen de Europese Uniegeclassificeerd.
Deze herziening maakt deel uit van de geactualiseerde Europese Rode Lijst van bijen, waarin bijna 2.000 soorten zijn geëvalueerd.
De westerse honingbij kent tegenwoordig twee onderscheiden vormen: beheerde kolonies die in bijenkasten leven en door imkers worden onderhouden, en wilde kolonies die zonder menselijke tussenkomst overleven.
Beide behoren genetisch tot dezelfde soort, maar verschillen aanzienlijk in ecologische dynamiek en overlevingsstrategieën.
Sinds de jaren 2000 kampt de bijenteelt met hoge sterftecijfers, veroorzaakt door onder meer ziekten, parasieten en milieuveranderingen. Hierdoor is de soort als geheel in de publieke perceptie vaak als bedreigd beschouwd. In werkelijkheid blijkt de situatie complexer: beheerde populaties worden actief ondersteund door imkers en onderzoekers, terwijl wilde populaties grotendeels aan hun lot zijn overgelaten en tot voor kort nauwelijks zijn bestudeerd.
Om deze kennislacune te verkleinen, zijn de afgelopen jaren diverse onderzoeken uitgevoerd naar vrijlevende honingbijen in Europa. Wilde kolonies zijn inmiddels vastgesteld in onder meer Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Polen, Italië en stedelijke gebieden zoals Belgrado. Deze studies richtten zich op de vraag of dergelijke populaties duurzaam kunnen voortbestaan zonder menselijke hulp.
In 2020 werd, ter coördinatie van deze inspanningen, het internationale initiatief Honey Bee Watch opgericht. Binnen dit project werkten veertien onderzoekers en experts samen met de IUCN aan een herbeoordeling van de conservatiestatus van wilde A. mellifera-populaties. Daarbij werd, in tegenstelling tot eerdere beoordelingen, de nadruk gelegd op ecologische in plaats van uitsluitend genetische criteria. Omdat honingbijen nooit volledig zijn gedomesticeerd en zich blijven kruisen met andere kolonies, bleken genetische grenzen immers vaak diffuus.
De resultaten tonen aan dat Europa de laagste dichtheid aan wilde honingbijen ter wereld kent, en dat hun populaties sterk afnemen. De belangrijkste oorzaken zijn habitatverlies, parasitaire infecties (zoals door de varroamijt), pathogenen en door de mens veroorzaakte kruising met beheerde bijen. Ook de invloed van de Aziatische hoornaar is niet gering. Deze factoren bedreigen de ecologische integriteit en het voortbestaan van vrijlevende populaties.
Op basis van deze bevindingen is de status van wilde honingbijen op de Europese Rode Lijst geüpdatet naar ‘bedreigd binnen de EU’. Voor bredere pan-Europese regio’s geldt voorlopig nog de classificatie ‘data deficiënt’ wegens beperkte onderzoeksgegevens uit onder meer Oost- en Noord-Europa.
Het behoud van wilde honingbijen is van cruciaal belang voor de genetische diversiteit en resistentieontwikkeling binnen de soort.
Vrijlevende populaties beschikken namelijk over natuurlijke aanpassingen aan ziekten, parasieten en veranderende milieufactoren. Zij vormen daardoor een essentieel genetisch reservoir dat kan bijdragen aan de veerkracht van zowel wilde als beheerde kolonies.
De erkenning van hun bedreigde status markeert een belangrijke stap richting formele bescherming van deze inheemse restpopulaties en hun ecologische rol in Europese ecosystemen.