Een sector in verandering
Voorwoord: samen bouwen aan de toekomst van de Vlaamse imkerij.
De Vlaamse imkerij staat vandaag voor grote uitdagingen, maar ook voor grote kansen.
Nooit eerder waren zoveel mensen geïnteresseerd in bijen, bestuivers, biodiversiteit en natuurbehoud. Tegelijk verandert de manier waarop imkers kennis verwerven, communiceren en zich engageren binnen de sector. Nieuwe generaties vinden hun weg naar de imkerij, digitale netwerken groeien en steeds meer mensen zetten zich niet alleen in voor honingbijen, maar ook voor solitaire bijen, wilde bestuivers en biodiversiteit in het algemeen.
Toch merken we dat veel imkers weinig zicht hebben op hoe de sector achter de schermen georganiseerd is. Welke organisaties zijn actief? Hoe verloopt de vertegenwoordiging van imkers? Hoe wordt overlegd met de overheid? Hoe worden standpunten gevormd? En hoe kunnen imkers zelf mee hun stem laten horen?
Vanuit die vaststelling start het Vlaams Bijeninstituut dit informatie- en participatietraject.
Met dit project willen we op een open en toegankelijke manier uitleg geven over de werking van de Vlaamse imkersector. Niet om structuren of organisaties te beoordelen, maar om inzicht te creëren. Want een goed geïnformeerde sector is beter in staat om samen na te denken over haar toekomst.
Daarnaast willen we niet alleen informeren, maar ook luisteren. Daarom zullen imkers, bijenliefhebbers en iedereen die zich betrokken voelt bij bestuivers en biodiversiteit actief bevraagd worden. Hun ervaringen, verwachtingen en ideeën vormen immers een essentieel onderdeel van elke toekomstgerichte sectorontwikkeling.
Wij geloven dat de uitdagingen van morgen enkel kunnen worden aangepakt door samenwerking, open communicatie en wederzijds respect. Niet door tegenstellingen uit te vergroten, maar door bruggen te bouwen tussen mensen, verenigingen, organisaties, onderzoekers en overheden.
Dit traject wil daarom niet vertrekken vanuit conflict, maar vanuit verbinding. Niet vanuit wat ons verdeelt, maar vanuit wat ons verbindt: de zorg voor bijen, bestuivers, biodiversiteit en een sterke toekomst voor de Vlaamse imkerij.
Wij nodigen iedereen uit om mee te lezen, mee te denken en mee te bouwen.
Want de toekomst van de Vlaamse imkerij wordt niet bepaald door één organisatie of één groep. Ze wordt gevormd door alle mensen die zich dagelijks inzetten voor bijen, bestuivers en natuur.
Open samenwerking maakt de Vlaamse imkerij sterker
Deel 1: Hoe werkt de Vlaamse imkersector vandaag?
Waarom deze informatie?
Veel imkers zijn uitstekend vertrouwd met hun bijen, maar hebben minder zicht op de organisaties en overlegstructuren die achter de schermen actief zijn. Dat is begrijpelijk. Toch hebben deze structuren invloed op opleidingen, vertegenwoordiging, beleidsadviezen, projectmiddelen en de toekomst van de sector.
Met deze informatie willen we geen oordeel vellen over bestaande organisaties of werkingen. We willen inzicht creëren. Want hoe beter we begrijpen hoe de sector vandaag georganiseerd is, hoe beter we samen kunnen nadenken over de uitdagingen en kansen van morgen.
Veel Vlaamse imkers kennen vooral hun eigen bijenstand, hun lokale vereniging of de informatiekanalen die ze dagelijks gebruiken. Toch bestaat achter de schermen een uitgebreid netwerk van verenigingen, koepels, overlegorganen en samenwerkingen die voor veel mensen minder zichtbaar blijven.
De basis: duizenden hobby-imkers
De basis van de Vlaamse imkerij bestaat uit duizenden imkers, waarvan de grote meerderheid hobby-imkers zijn. Voor velen draait imkeren niet alleen rond honingproductie, maar ook rond natuurbeleving, biodiversiteit en bestuiving.
Waar imkers vroeger vooral afhankelijk waren van hun lokale vereniging voor kennis en ondersteuning, zoeken steeds meer mensen vandaag informatie via sociale media, online video’s, webinars, gespecialiseerde websites, digitale opleidingen, en online discussiegroepen.
Facebookgroepen, YouTube-kanalen en digitale gemeenschappen spelen vandaag vaak een even grote rol als de klassieke verenigingswerking.
Dat heeft de sector sterk veranderd. Een beginnende imker kan vandaag op korte tijd enorm veel informatie verzamelen, maar botst tegelijk soms op tegenstrijdige adviezen of moeilijk controleerbare informatie.
Hoe is de Vlaamse imkerij georganiseerd?
Elke structuur binnen de Vlaamse imkerij probeert op haar manier bij te dragen aan ondersteuning van imkers en bestuivers.
- Lokale imkerverenigingen
Verspreid over Vlaanderen bestaan ongeveer 70 lokale imkerverenigingen. Veel daarvan bestaan al tientallen jaren en steunen grotendeels op vrijwilligerswerk.
Bekende voorbeelden zijn onder andere: de Hasseltse Imkersbond, Imkersvereniging Neteland, enz…
Deze verenigingen organiseren basiscursussen imkeren, praktijklessen, voordrachten, bezoeken aan bijenstanden, groepsaankopen, materiaalbeheer en ontmoetingsmomenten tussen imkers.
Voor veel imkers blijven deze verenigingen een belangrijke sociale en praktische basis.
Tegelijk staan veel verenigingen vandaag voor nieuwe uitdagingen: bestuursleden worden ouder, jonge vrijwilligers zijn moeilijker te vinden, het engagement verandert en nieuwe imkers verwachten vaak flexibelere vormen van betrokkenheid en communicatie.
Sommige verenigingen zien bijvoorbeeld veel deelnemers tijdens beginnerscursussen, maar merken dat een deel van die nieuwe imkers later minder actief wordt binnen de klassieke verenigingsstructuren.
Een andere vaststelling is dat er op de kaart van Vlaanderen soms verschillende imkerverenigingen actief zijn in nabij gelegen gemeenten in tegenstelling met andere regio’s waar er zeer weinig imkerverenigingen zijn.
Hierdoor verschilt de toegankelijkheid van een lokale vereniging sterk van regio tot regio. In sommige gebieden hebben nieuwe imkers meerdere verenigingen in hun nabijheid, terwijl in andere regio’s het aanbod beperkter is. Dit roept de vraag op hoe we toekomstige imkers overal in Vlaanderen optimaal kunnen ondersteunen.
- Nieuwe vormen van betrokkenheid
Naast de traditionele verenigingen ontstaan steeds meer andere vormen van betrokkenheid zoals digitale gemeenschappen, thematische werkgroepen, biodiversiteitsprojecten, stadsimkerij, educatieve initiatieven en samenwerking met scholen, gemeenten en natuurverenigingen.
Steeds meer mensen engageren zich bovendien niet alleen rond honingbijen, maar ook rond solitaire bijen, wilde bestuivers, biodiversiteit, bloemrijke omgevingen en natuurbeheer.
Initiatieven rond bijenhotels, bestuiver-vriendelijke tuinen en biodiversiteitsprojecten winnen sterk aan belang. Daardoor wordt de sector breder en diverser dan vroeger.
- De koepelorganisaties
Boven de lokale verenigingen bestaan verschillende koepelorganisaties met elk hun eigen historiek, structuur en werking.
In Vlaanderen zijn vandaag onder andere actief: Koninklijke Vlaamse Imkersbond (KONVIB), het Vlaams Bijeninstituut (VBI), Algemene Vlaamse Imkervereniging (AVI) en Vlaams-Nederlandse Imkersfederatie (VNIF).
Koninklijke Vlaamse Imkersbond (KONVIB)
KONVIB werkt historisch vooral via provinciale structuren. Lokale verenigingen zijn aangesloten bij een provinciale werking, die op haar beurt vertegenwoordigd wordt binnen de nationale structuur van KONVIB.
De werking van KONVIB steunt op een Vlaamse structuur die samenwerkt met verschillende provinciale verenigingen die elk een eigen rechtspersoonlijkheid hebben.
- Koninklijke Vlaamse Imkersbond VZW( Vlaams niveau),
- De Koninklijke Oost-Vlaamse Imkersbond VZW,
- De Limburgse Imkersbond VZQ,
- De Antwerpse Provinciale Imkers Federatie VZQ,
- Vlaams-Brabants verbond van Imkersverenigingen VZW en
- De Koninklijke West-Vlaamse imkersbond VZW.
De vertegenwoordiging van de lokale imker verloopt via de verschillende niveaus:
imker → lokale vereniging → provinciale koepel → KONVIB
Vlaams Bijeninstituut (VBI)
Het Vlaams Bijeninstituut werkt op een andere manier en combineert lokale verenigingen, rechtstreekse individuele leden imkers, steden en gemeenten en betrokkenheid van bijenliefhebbers en natuurgerichte vrijwilligers. Hierdoor kunnen zowel verenigingen als individuele betrokkenen rechtstreeks deelnemen aan de werking.
Het Vlaams Bijeninstituut richt zich ook niet alleen op de klassieke imkerij, maar ook op bredere thema’s rond bestuivers en biodiversiteit.
Andere organisaties
Daarnaast bestaan ook organisaties zoals diverse gespecialiseerde of regionale initiatieven.
-
- Voorbeeld gespecialiseerde: De Zwarte Bij, Buckfast, …
- Voorbeeld regionale: Biodynamische Imkers Vlaanderen, ???
Elke organisatie probeert daarbij op haar eigen manier bij te dragen aan opleidingen, kennisdeling, ondersteuning van imkers en vertegenwoordiging van de sector.
Het automatisch lidmaatschap bij een koepel.
Bij veel imkerverenigingen verloopt de aansluiting bij een koepelorganisatie via de vereniging zelf. Wanneer een vereniging lid is van een bepaalde koepel, worden de aangesloten imkers doorgaans mee vertegenwoordigd binnen die structuur. In sommige gevallen kiezen verenigingen ervoor om samen te werken met meerdere koepelorganisaties, waardoor leden van meer dan één netwerk kunnen gebruikmaken.
Voor veel imkers is deze werkwijze een vanzelfsprekend onderdeel van de sector. Tegelijk merken we dat niet iedereen zich bewust is van hoe deze vertegenwoordiging precies georganiseerd wordt of via welke structuur zijn of haar stem wordt vertegenwoordigd.
Dat is op zich niet verrassend. De meeste imkers zijn in de eerste plaats bezig met hun bijen, hun vereniging en hun passie voor imkeren. De manier waarop vertegenwoordiging achter de schermen georganiseerd wordt, krijgt vaak minder aandacht.
Toch wordt deze vraag steeds relevanter. De Vlaamse imkerij verandert. Nieuwe generaties imkers zoeken informatie op andere manieren, verwachten meer directe communicatie en willen vaker betrokken worden bij de ontwikkelingen binnen de sector.
Daarom is het zinvol om stil te staan bij de vraag hoe vertegenwoordiging in de toekomst het best georganiseerd kan worden.
Het Vlaams Bijeninstituut gelooft dat iedere imker de mogelijkheid zou moeten hebben om bewust te kiezen door welke organisatie hij of zij vertegenwoordigd wil worden. Niet omdat bestaande structuren onvoldoende waarde zouden hebben, maar omdat betrokkenheid vaak groeit wanneer mensen zelf een actieve keuze kunnen maken.
Tegelijk erkennen wij dat de huidige structuren historisch gegroeid zijn en gedurende vele jaren belangrijk werk hebben verricht voor de Vlaamse imkerij. Zonder die inzet zou de sector vandaag niet staan waar hij staat.
De vraag is dan ook niet of het verleden goed of slecht was. De vraag is hoe de sector zich verder kan ontwikkelen in een maatschappij waar inspraak, transparantie en betrokkenheid steeds belangrijker worden.
Zijn er naast de bestaande modellen ook andere manieren denkbaar om imkers sterker te betrekken bij hun vertegenwoordiging? Hoe zorgen we ervoor dat zoveel mogelijk imkers zich gehoord voelen? En welke rol kan keuzevrijheid daarbij spelen?
Het Vlaams Bijeninstituut wil deze vragen niet beantwoorden in de plaats van de imkers. Integendeel. Wij willen het gesprek openen en luisteren naar de ervaringen, verwachtingen en ideeën van de mensen die elke dag de basis vormen van onze sector.
Want een sterke vertegenwoordiging begint bij betrokken imkers.
Open samenwerking maakt de Vlaamse imkerij sterker
Overleg met en vertegenwoordiging in de overheden.
De federale overheid (Belgisch niveau):
Binnen de federale overheid bestaan verschillende overlegstructuren die relevant zijn voor de imkersector. Het belangrijkste overlegorgaan is de Federale Werkgroep Bijen, georganiseerd door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (FOD VVVL) –Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding (DGAPF) en de Werkgroep Varroase, die door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) wordt georganiseerd.
In deze werkgroepen komen federale administraties, wetenschappelijke instellingen en vertegenwoordigers van de imkersector samen om onderwerpen zoals bijengezondheid, diergeneesmiddelen, bijensterfte en federale beleidsmaatregelen te bespreken. Deze werkgroepen vergaderen minstens één keer per jaar, en vaker indien de sector of de overheid daar nood aan heeft.
Afhankelijk van de behoeften kunnen er ad‑hoc technische werkgroepen of bilaterale overleggen worden opgezet rond specifieke thema’s zoals pesticiden, dierenvoeding en biodiversiteit.
Er bestaat geen formeel wettelijk kader dat de deelname aan deze werkgroepen strikt regelt. In de praktijk wordt deelname toegekend aan representatieve imkerverenigingen op nationaal of regionaal niveau, organisaties die structureel actief zijn rond bijengezondheid of bijenteelt, en experten met relevante technische of wetenschappelijke expertise. DGAPF en FAVV bepalen wie wordt uitgenodigd, afhankelijk van het thema en de benodigde deskundigheid. Er zijn geen formele aanvraagprocedures of erkenningsdossiers; deelname gebeurt op basis van representativiteit, expertise en relevantie voor het beleidsdomein. De sector wordt doorgaans vertegenwoordigd via federaties en organisaties. Formele erkenningscriteria bestaan niet; uitnodiging en betrokkenheid bij de behandelde thema’s zijn bepalend. De werkgroepen worden samengesteld wanneer er behoefte is aan technisch overleg of aan de voorbereiding van beleidsdossiers.
Daarnaast bestaan er thematische overlegplatformen die niet specifiek op de imkersector gericht zijn, maar waarbij de sector zich desgewenst kan aansluiten. Een voorbeeld is het overlegplatform diervoeders, waar sectororganisaties kunnen deelnemen op basis van interesse en actieve betrokkenheid.
Voor andere aspecten van het bijenbeleid, zoals biodiversiteit of de bestrijding van de Aziatische hoornaar, ligt de bevoegdheid grotendeels bij de gewesten. Overleg vindt daarom vaak op gewestelijk niveau plaats.
De Vlaamse overheid:
Veel imkers vragen zich af hoe de Vlaamse overheid overleg voert met de imkersector en wie daarbij betrokken is. Een belangrijk platform hierin is het Praktijkcentrum Bijen (PC Bijen).
Het Praktijkcentrum Bijen is het centrale overleg- en coördinatieplatform voor de Vlaamse bijensector. Het brengt vertegenwoordigers samen van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, KONVIB, het Vlaams Bijeninstituut (VBI), Zwartebij.org, Honeybee Valley, ILVO en KU Leuven.
Deze organisaties overleggen over onderwerpen die belangrijk zijn voor de Vlaamse imkerij en de gezondheid van bijen. Het PC Bijen fungeert daarbij als aanspreekpunt voor de Vlaamse overheid.
Een opvallend element is dat imkers de vergaderingen van het Praktijkcentrum Bijen kunnen bijwonen als toehoorder, mits tijdige aanmelding via één van de betrokken organisaties.
Werkgroepen rond specifieke thema’s
Binnen het Praktijkcentrum Bijen wordt gewerkt via verschillende werkgroepen:
- Werkgroep Beleid
Deze werkgroep vormt de kern van het overleg.
De deelnemers stimuleren samenwerking tussen organisaties, bespreken de toekomst van de Vlaamse imkerij, formuleren adviezen voor de overheid en bepalen welke thema’s verdere uitwerking vragen.
De Vlaamse overheid benadrukt sterk dat samenwerking tussen de deelnemers een essentiële voorwaarde is om deze werkgroep goed te laten functioneren.
- Werkgroep Strategisch Plan Bijenteelt
Deze werkgroep volgt de Europese en Vlaamse projectmiddelen voor de bijensector op.
Via dit programma kunnen imkerverenigingen, koepelorganisaties, onderzoeksinstellingen en samenwerkingsverbanden projecten indienen rond onder andere opleiding van imkers, bijengezondheid, de Aziatische hoornaar, onderzoek en versterking van bijenvolken.
Voor de huidige programmaperiode heeft de Vlaamse overheid bovendien expliciet opgenomen dat samenwerking binnen de imkerij een belangrijke doelstelling is.
- Werkgroep Vorming
Deze werkgroep wil alle standpunten binnen PC Bijen omtrent de vorming van onze Vlaamse imkers (in het bijzonder de starters) intern aftoetsen. Deze werkgroep houdt zich bezig met de kwaliteit van imkeropleidingen, eindtermen van cursussen, vorming van lesgevers, afstemming van opleidingsaanbod en de verdeling van vormingsmiddelen.
Het doel is ervoor te zorgen dat Vlaamse imkers toegang hebben tot actuele en kwaliteitsvolle opleidingen.
- Werkgroep Bijengezondheid
Deze werkgroep vormt het overlegpunt met instanties zoals: FAVV, FOD Volksgezondheid, ANB, INBO en ILVO.
Hier worden onderwerpen besproken zoals: registratie van imkers, bijenziekten, wintersterfte, Varroa, Aziatische hoornaar, honingfraude en andere gezondheidsproblemen binnen de sector.
Analyse over de vertegenwoordiging
Vlaanderen beschikt over een grote en actieve imkergemeenschap, sterke onderzoeksinstellingen en veel praktijkkennis. Toch stellen we vast dat de Vlaamse imkerij niet altijd aanwezig is op alle overlegmomenten waar haar expertise en ervaring een meerwaarde zouden kunnen bieden.
Dat is jammer. Niet omdat vertegenwoordiging een doel op zich is, maar omdat elke lege stoel betekent dat de stem van Vlaamse imkers minder gehoord wordt wanneer belangrijke dossiers besproken worden.
Een sterke sector beperkt zich niet tot het reageren op beslissingen die elders genomen worden. Ze probeert ook mee richting te geven aan het beleid door actief deel te nemen aan overleg, kennisuitwisseling en besluitvorming.
Net daarom geloven wij dat de Vlaamse imkerij haar aanwezigheid op alle relevante beleidsniveaus verder kan versterken. Niet vanuit een streven naar meer macht of invloed voor één organisatie, maar vanuit het belang van de sector als geheel.
De uitdagingen waarmee imkers vandaag geconfronteerd worden, houden immers geen rekening met administratieve grenzen. De strijd tegen de Aziatische hoornaar, de aanpak van bijenziekten, de kwaliteit van honingproducten en de bescherming van bestuivers vragen samenwerking tussen lokale, Vlaamse, federale en Europese actoren.
Hoe sterker de Vlaamse imkerij vertegenwoordigd is binnen die overlegstructuren, hoe groter de kans dat praktijkervaring, kennis en bezorgdheden vanuit het werkveld effectief mee opgenomen worden in toekomstige beslissingen.
Het is dan ook belangrijk dat de Vlaamse imker zich betrokkenheid voelt bij de vertegenwoordiging.
Financiële ondersteuning en perceptie
De Vlaamse en federale overheid ondersteunt dus verschillende initiatieven binnen de sector rond opleidingen, bijengezondheid, bestrijding van invasieve soorten, sensibilisering, biodiversiteit en sectorwerking.
Voor veel imkers blijft echter onduidelijk:
- hoe middelen verdeeld worden?
- welke projecten ondersteund worden?
- en hoe die ondersteuning concreet terugvloeit naar de imker aan de basis?
Dat zorgt soms voor uiteenlopende percepties binnen de sector.
Transparantie over financiering is niet alleen belangrijk voor het vertrouwen binnen de sector, maar helpt ook om de impact van projecten beter zichtbaar te maken.
Een uitleg over de financiële geldstromen wordt in een volgend onderdeel toegelicht.
Een sector in verandering
De Vlaamse imkerij bevindt zich vandaag op een kruispunt tussen traditie en vernieuwing.
Veel klassieke structuren hebben jarenlang sterk werk geleverd rond opleiding, praktijkondersteuning en gemeenschapsvorming. Tegelijk verandert de manier waarop mensen zich organiseren, communiceren en engageren.
Nieuwe generaties imkers verwachten vaker open communicatie, directe betrokkenheid, samenwerking over organisaties heen, digitale toegankelijkheid en en meer aandacht voor biodiversiteit en bestuivers.
Besluit van dit onderdeel.
De Vlaamse imkerij beschikt vandaag over een rijk netwerk van imkers, verenigingen, koepelorganisaties, onderzoeksinstellingen en overheden die zich dagelijks inzetten voor bijen, bestuivers en biodiversiteit.
Lokale verenigingen vormen nog steeds een belangrijke ontmoetingsplaats voor kennisuitwisseling, opleiding en praktijkondersteuning. Koepelorganisaties, onderzoeksinstellingen en overheden werken samen binnen overlegstructuren zoals het Praktijkcentrum Bijen om de sector verder te ondersteunen en te ontwikkelen.
Tegelijk stellen we vast dat de sector sterk geëvolueerd is. Imkers communiceren anders, zoeken informatie via nieuwe kanalen en verwachten meer betrokkenheid bij de thema’s die hun dagelijkse praktijk beïnvloeden. Ook de aandacht voor biodiversiteit, wilde bestuivers en maatschappelijke samenwerking neemt voortdurend toe.
Uit de verschillende structuren en overlegorganen blijkt bovendien dat er veel expertise aanwezig is. Toch blijft voor veel imkers onduidelijk hoe vertegenwoordiging georganiseerd wordt, hoe standpunten tot stand komen en hoe informatie wordt teruggekoppeld naar de basis. Ook kansen voor bredere samenwerking en vertegenwoordiging worden niet altijd ten volle benut.
Dat hoeft geen kritiek te zijn op wat in het verleden werd opgebouwd. Integendeel. De bestaande structuren hebben jarenlang een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de Vlaamse imkerij. Maar zoals de sector verandert, mogen ook de structuren mee evolueren.
De uitdaging voor de toekomst ligt dan ook niet in het creëren van nieuwe tegenstellingen, maar in het versterken van betrokkenheid, transparantie en samenwerking. Een moderne sector vraagt ruimte voor dialoog, inspraak en verbinding tussen imkers, verenigingen, koepels, onderzoekers, overheden en iedereen die zich inzet voor bestuivers en biodiversiteit.
Open samenwerking maakt de Vlaamse imkerij sterker
Binnenkort Deel 2: Hoe worden imkers gevormd?
Belangrijke mededeling: gelieve het volledige artikel hierboven aandachtig te lezen voordat u de enquête invult.


