Deze keer een discussie

Vanaf 20 mei komt het zwermseizoen pas echt op gang. De eerste zwermen hebben we gehad, elk jaar iets vroeger dan het jaar ervoor. Waarschijnlijk hebben de zachte winters ook hun invloed op het vervroegen van de eerste zwermen.

Deze maand is het artikel over bijengezondheid een pittige discussie tussen Pieter en Erik. Het zijn standpunten en meningen van de auteurs in kwestie.

Over dat zwermen

Pieter:

Sla die zwermcontroles toch gewoon over. Het is dus niet natuurlijk en niet zinvol om het zwermen ten allen prijze tegen te gaan. Als je 10 kasten hebt, dan ben je gemiddeld 20 minuutjes bezig per kast per week om zogezegde doppen te zoeken en te breken om zwermen te voorkomen. Even uitgerekend: de totale tijd aan controle komt dan neer op 10 kasten X 20 min per week X 8 weken = 1600 minuten of 26 uur.  26 uur dat je kan besteden aan nuttigere dingen dan het door mekaar halen van het broednest.

Zwermen zijn trouwens een ideale natuurlijke varroabehandeling. +/-70% van de mijten blijven achter in de kast waarvan de zwerm vertrokken is. De zwerm draagt 30% van de mijten met zich mee. En de zwerm zal daarbovenop nog minstens 2 weken zonder gesloten broed zitten, waardoor een groot deel van de mijten weeral zal afgepoetst zijn en de mijten zich niet kunnen voortplanten.

Maar ook in de afgezwermde bijenwoning kunnen de mijten geen kant op. Het bestaande broed komt uit. En de nieuwe koningin moet ondertussen nog geboren worden, bevrucht worden en gaat dan 5 dagen later aan de leg. Dus ook in de nieuwe kolonie is er een broedstop waardoor de mijten hun broedcyclus onderbroken wordt. (bron: Seeley en Fuchs)

**Voor de volledigheid: zieke volken zwermen ook hoor, net als middel om van de parasieten af te geraken, hier meer

een prachtige zwerm

Erik:

Ok, Ik begrijp je standpunt.

Als je volken zover laten komen dat ze doppen aanmaken ben je al een stap te ver. Zwermen gebeurt hoofdzakelijk doordat de verhouding tussen vliegbijen en huisbijen verstoord wordt. Dat wil zeggen als er teveel huisbijen komen tov van de vliegbijen. Als je die volken die zwaar aanzetten, de jonge bijen afveegt uit de honingzolder en dit doet met verschillende kasten, kan je met die jonge bijen mooi een jong volk opstarten. Dat is bijna geen werk en vermijdt dat je de volken moet storen om op doppen te controleren.

Daarenboven,  als je de bijen hun natuurlijke gang laat gaan, wat ook in mijn beleving het beste zou zijn, dan loop je het risico dat je zwermen verliest. Zeker als al je bijen niet thuis staan maar verspreid op verschillende standen. Een gezwermde kast verliest zo veel bijen dat ze dat jaar niet meer kan gebruikt worden, om o.a.  afleggers te maken. Een gezwermde kast heeft als het ware een marathon gelopen en dient te recupereren. En een niet te missen deel en wat mij betreft het belangrijkste, is dat zo’n zwerm veel eiwitten met zich mee neemt. Eiwitten die het achter gebleven volk dient te aan te vullen. Met zomers als de laatste jaren, is dat voor de bijen heel lastig omdat zomerbloeiers zeldzaam worden en er niet voldoende stuifmeel aangevoerd kan worden. En dit hebben ze nodig om zich klaar te maken voor de volgende winter. Te weinig eiwitten betekent een te klein vetlichaam, waardoor je winterbijen niet lang genoeg leven.

Er zijn, naar wetenschappelijk onderzoek, van de volken die zwermen, maar 10-20% die overleven. Het merendeel van de zwermen zijn ten dode op geschreven, als je ze niet vangt. Het risico dat bijen zich gaan inbedelen, bij het instorten van een volk is groot. Dat kan ziektes en varroa met zich mee brengen. Naar mijtenpopulatie hebben we weinig zorgen, daar we met varroa intolerante bijen werken die de varroa populatie zelf onder controle houden.

Bron: Seeley, T.D.,2020, A Citizen Science Study of Wild Colonies of Honey Bees, Natural Bee Husbandry, Issue 15, p9.

Pieter:

Ja, maar Erik! Dat heb je met die wetenschappelijke onderzoeken… iedereen haalt eruit wat die eruit wil halen. Datzelfde onderzoek, van Thomas Seeley – niet van de minste trouwens- brengt heel wat nuance bij deze cijfers.

Inderdaad, de overlevingskans van een vertrekkende zwerm is bijzonder klein. Maar, deze overlevingskans schiet de hoogte in, als de zwerm terecht komt op een plaats waar ooit reeds een bijenkolonie gehuisvest was. Met andere woorden, als de bijenzwerm een holte in een boom vindt, die reeds gepropoliseerd is, nog bijenraat heeft hangen met misschien zelfs nog een restant honing enz. dan heeft de bijenzwerm een hogere kans op overleving.

En daarmee is ook meteen de oplossing van het zwermprobleem vlakbij: de zwermlokkast. Als elke imker in Vlaanderen 2 zwermlokkasten zou hangen, dan hebben we genoeg dichtheid om alle zwermen op te vangen. Natuurlijk is het niet de bedoeling om mekaars zwermen te gaan afvangen, dat is juridisch ook niet toegestaan. Maar als we al kunnen vermijden dat bijen hun intrek nemen in spouwen, schoorstenen, daken,… die dan in vele gevallen worden ‘verdelgd’ of gewoon sterven, dan is dat al een stap vooruit. Bijen hebben het ongelooflijke vermogen om een nieuwe nestplaats te ontdekken (het onderwerp van dat andere schitterende boek van Thomas Seeley)

Hoe maak je een ideale zwermlokkast? Héél eenvoudig: neem een goed gebruikte broedruimte, timmer de bodem toe, een gat van 2 cm , enkele zwarte broedramen en ophangen in een plek uit de zon. Tal van voorbeelden op Google hoe je dit kan doen.

Toch een vraag terug, Erik. Je zegt dat “Zwermen hoofdzakelijk gebeurt doordat de verhouding tussen vliegbijen en huisbijen verstoord werd”.

Nu, zwermen is gewoon het voortplantingsmechanisme van bijenkolonies, dus kortweg zou je ook kunnen stellen dat bijen zwermen om zich voort te planten. Maar komt de verstoring in vlieg-en huisbijen niet vooral door de imker zelf? Wanneer we teveel broedruimte geven, dan werken we dit onevenwicht zelf in de hand. Wanneer de broedruimte in het voorjaar kleiner zou zijn, dan zou er minder broed kunnen aangezet worden. Een lollig neveneffect is ook dat er minder varroas kunnen reproduceren omdat er minder mogelijkheden zijn om in te stappen. Dit verklaart voor een stuk waarom bijenvolken, die zonder ingrepen van de imker toch kunnen overleven, meestal kleinere broedruimtes nodig hebben.

Erik:

Dat wetenschappelijke onderzoeken soms gebruikt worden om het gram te halen, wil ik het met je eens zijn. Wetenschappelijke onderzoeken moeten gebruikt worden op een genuanceerde wijze. Het is naar die nuances dat ik wil op zoek gaan. Met respect voor wat de wetenschappers in dat onderzoek willen aan tonen. Thomas Seeley, waar ik trouwens een bewondering voor heb, naar de wijze dat hij zijn onderzoek heeft gestalte gegeven, heeft vooral bijen in de wilde natuur gade geslagen en daar zijn onderzoek op geënt. Baanbrekend en lovenswaardig. Het heeft heel wat inzichten mee gebracht. Maar even terug naar Vlaanderen ipv het verre, op bepaalde vlakken nog ruwe, wilde ongeschonden en ongerepte natuur van Amerika.

 

Het is niet omdat bepaalde plekken veel groen hebben dat je ook van Natuur kan  spreken. De “Natuur” waar onze bijen in horen is een complex geheel. Waar een grote biodiversiteit heers en een samenspel is tussen planten, insecten, vogels en zoogdieren. Tot mijn grote spijt moet ik vast stellen dat we dat in Vlaanderen (bijna) niet meer hebben. De omstandigheden zijn dus al totaal anders dan de omstandigheden waar Seeley zijn onderzoek deed. Daarenboven is Vlaanderen dicht bevolkt en is het niet overal mogelijk om te laten zwermen daar dit overlast bezorgt voor de omwonenden.

 

Er zullen nog wel redelijke aantallen wilde bijen in onze streken voor komen, maar enig wetenschappelijk onderzoek laat op zich wachten. Wat nestgelegenheid betreft, zou ik niet te veel rekenen op holle bomen en dergelijke. We hebben nu, spijtig genoeg een cultuur, waar er niets aan een boom mag schelen of die wordt omgehakt. Resten er dan nog spleten, spouwmuren en dergelijke. Het idee van een lokkast is vrij nieuw maar lijkt me een mooi alternatief voor de holle boom. Mensen die daar willen op in zetten zouden dit vooral moeten proberen en daar ook over rapporteren zodat we daar ook een beter inzicht in krijgen. (buiten de juridische bezwaren gerekend)

 

Een bijenvolk kan je inderdaad zien als een superorganisme dat naast de voortplanting van de koningin in de vorm van eieren en broed (celdeling van een orgaan) ook een directe voortplanting kent door het delen van het volk (geboorte). Zoals ik schreef is de hoofdreden van zwermen, de wanverhouding tussen huis- en vliegbijen. Maar er zijn ook nog andere factoren die een rol spelen. Erfelijke aanleg, een te kleine behuizing en niet meer kunnen bouwen, te veel in de zon staan en daardoor een verhoogde stress enz enz. Zelfs kleine volken zullen afhankelijk van volk tot volk, tot zwerm komen. Anderen zullen (bijna) nooit zwermen. De imker moet leren zijn bijen te kennen, dan weet hij wat hij mag verwachten als het op zwermen aan komt.

 

Maar net zoals bij de zoogdieren vraagt zo’n “geboorte” de nodige inspanningen en de nodige stress. Zowel van de “moeder” als van de “boorling”. Veel van onze bijenvolken zitten op het tandvlees. In het voorjaar vliegen de bijen wel en diegene die overleven (in de winter) leveren wel honing, maar zoals ik al aangaf is de zomer voor de meeste volken (in Vlaanderen) een probleem door gebrek aan stuifmeel. Niet zoals sommige imkers, de schuld leggen bij één bepaald ziektebeeld (varroa, schimmels, virussen, bacterien enz) ga ik er van uit dat we te maken hebben met een cluster van problemen. Ondervoeding, varroa en stress maken er deel van uit. Mijn streven is om zo weinig mogelijk stress met een zo ruim mogelijk aanbod van stuifmeel (en behoud van de zo nodige eiwitten) een volk naar de winter de leiden. Zoals ik al aangaf moet ik met varroa niet zoveel rekening houden daar mijn bijen dat zelf onder controle houden.

Erik Goris

Verantwoordelijke Gezondheidsdienst

Pieter Wuyts

Webmaster
Menu